Portret van een jongen die leerde om thuis te komen

Dit artikel verscheen in de Geel & Rood "Terug Thuis" uit seizoen 2020-21 Tekst door Jeroen Maris, Foto's door Archief Bram Cottyn, Archief Jessie Defour & Archief Vinnie Stevens

Hij dirigeerde Standard naar twee landstitels, speelde in Portugal en Engeland, gaf de Rode Duivels 52 keer een ruggengraat, en kuste de Gouden Schoen. Sinds dit seizoen houdt hij z’n jeugdliefje weer in z’n armen, een prachtige barones met een feestjurk in geel en rood: KV Mechelen. Maar wie is Steven Defour wanneer hij de bal even geen sublieme diagonalen laat tekenen? Een portret door de mensen rond ‘m.


Ik wil je! Blijf bij me! Hij slaat de akkoorden aan op zijn haastig in elkaar geknutselde gitaar, en lipt vol jonge branie de tekst mee. Hou van me! Het ontgaat niemand in het zaaltje: Steven Defour ís een Kreuner. Hij ís Walter Grootaers. Ga nooit meer wèèèèg! Bram Cottyn “We waren een jaar of tien, en met onze school op zeeklassen. Op een bonte avond mochten we een nummertje playbacken. Samen met nog twee klasgenoten hadden Steven en ik ‘Ik wil je’ van De Kreuners gekozen. En daar stonden we dus, voor een drumstel dat gemaakt was van waspoederdozen, klaar om de wereld - of toch: de juffen en onze klasgenoten - te veroveren (lacht).” Het valt op als je door de foto’s uit de kindertijd van Steven Defour waait: Bram Cottyn (32) is nooit ver weg. Meer nog, meestal staat hij gewoon náást Defour. Cottyn “We waren beste vrienden, ja, al sinds de eerste kleuterklas. En we deelden die ene passie: voetballen. We speelden samen bij Zennester Hombeek.” “Je vindt ook nauwelijks foto’s uit die tijd waarop niets verwijst naar voetbal,” zegt Jessie Defour (30), zijn zus. Jessie Defour “Op school - De Esdoorn in Hombeek - was Steven ook altijd bij de sjotters te vinden. Je zag toen al dat voetbal voor hem nooit gewoon een spelletje zou zijn om de tijd mee te doden. Neen, het was iets levensbelangrijk. Als ik gevallen was, of als iemand me pijn had gedaan, zocht ik naar mijn broer. Hij was twee jaar ouder, hij zou me helpen. Niet dus: Steven had geen tijd voor mij. Want hij moest voetballen (lacht).” “Ik geloof dat Steven het maar vervelend vond dat er een kleine zus achter hem aan holde. Hij was de pittige baas, ik het bange muisje. Onze kindertijd speelde zich af op het pleintje van Hombeek, in de sociale wijk waar we woonden. Ik wilde er zo graag altijd bij zijn, en dat betekende dus: voetballen. Meestal moest ik de keeper zijn. Stond ik daar wat onhandig te kijken naar de ballen die achter mij in doel belandden.”

“We waren kat en hond, Steven en ik. Hij gebruikte mij een beetje als zijn slaafje - dan moest ik voor hem Zero-chocoladerepen gaan kopen in de Spar, en cola. En we vlogen elkaar ook echt in de haren. Hij oefende slangen - beten uit op mij, en hij heeft ooit - net toen het kermis was, verdorie - een grote pluk haar uitgetrokken. Toen het me eens allemaal te veel werd, heb ik ‘m achternagezeten met een mes. Ja, de grote liefde tussen ons is toch wat moeten groeien (lacht).” Cottyn “Steven was als kind heel energiek en competitief, maar dan vooral buiten de muren van de klas. Hij was rustig en gedecideerd, tot er ergens een bal rolde: dan werd hij de grote aanjager.”


KLEINE MALINWA-GELUK


Defour blijft niet lang het geheimpje van Zennester Hombeek. Vanaf januari 1998 mag hij meetrainen met de nationale preminiemen van KV Mechelen, en net voor de zomer van dat jaar - hij is dan 10 - is de overgang officieel. Defour mag het shirt met de verticale geelrode strepen aan, en komt terecht in een groep van heerlijk ongepolijst talent. David Hubert speelt er, en Marvin Ogunjimi. Kristof Calvo ook, nog lang voor hij van zijn partij zou leren hoe de buitenspelval precies werkt. De coach van dat kliekje voetbalplezier is Vincent ‘Vinnie’ Stevens (62). Hij wordt een bevoorrechte getuige van de vijf jaar Kleine Malinwa-geluk van Defour - Stevens zal 4 jaar z’n trainer zijn. Vinnie Stevens “Ik herinner me dat we in dat eerste seizoen op Anderlecht gingen winnen met 1-3. Kevin Michiels maakte de goals, maar het was Steven die Anderlecht tureluurs had getikt. Het waren slechte verliezers, daar in Neerpede, want we kregen snibbig commentaar op onze speelstijl. (Fijntjes) De toekomst heeft ons gelijk gegeven: van die ploeg van Anderlecht is later niemand doorgebroken. Terwijl er van de onze een leuk lijstje te maken valt.” In 1999 volgt een nieuwe Zennesterinjectie: Bram Cottyn, toevallig óók in het bezit van gouden voeten, komt zijn maatje vervoegen bij Malinwa. Cottyn “We hadden niet zo veel gestalte in de ploeg, en moesten het dus vooral van het zuivere voetballen hebben. De coach - tegenwoordig durf ik ‘m al de Vinnie noemen - steunde ons daarin. Hij was een heel moderne trainer, eentje die verliefd was op klasse: hij moedigde individuele acties en dribbels aan, hij juichte als we ons instinct volgden.” Stevens “Je kon de kracht van ons ploegje aflezen aan de resultaten die we tegen Lierse haalden. Je moet weten: Lierse was indertijd in het nationale jeugdvoetbal de ijk. Ze zetten daar heel erg in op resultaat - en dus: op lengte en gewicht. In dat eerste jaar van Steven, bij de preminiemen, kregen we een pandoering. Het werd 8-0 of 9-0, ik zou het eens moeten opzoeken. En ook in de daaropvolgende jaren verloren we, maar elke keer werd het verschil wel kleiner. Tot we Lierse eindelijk klopten, in 2002. Dat was een heel bijzonder moment, want het bewees ons gelijk: het kon wél met gewoon lekker voetballen.” Cottyn “Vergis je niet: de Vinnie was een strenge trainer. Maar tegelijk leerde hij ons dat voetbal iets plezierigs mag zijn. Dat afspraken en discipline de basis zijn, maar dat a touch of genius hetgene is dat een wedstrijdje het bekijken waard maakt. En ja, met die aanpak gaf hij Steven vleugels. We speelden veel internationale tornooien in die tijd, en altijd was er wel een grote club die naar den Duffe kwam hengelen - ik herinner me Juventus. Maar Steven bleef bij KV, net als de rest van de jongens. Er zat geen groot verloop in onze groep. Omdat we ons allemaal zo amuseerden, denk ik, en een droom deelden: in het eerste spelen. Van de Kleine naar de Grote Malinwa verhuizen.”



ONSCHULD EN FANTASIE


Maar dan is er de niet zo perfecte storm: het seizoen 2002-2003. KV Mechelen wordt eerst een stuntelige soap, en daarna een dramareeks vol matige cliffhangers. De club gaat in vereffening, en prikt daarmee ook de droom van het ploegje van Vinnie Stevens stuk. Wil Defour z’n talent munten, dan moet hij weg. Het wordt Limburg: Defour is 15, en gaat bij Racing Genk voetballen. Willy Mraz “Ik moest een nieuwe speler oppikken, meer was me niet verteld. En daar stond Steven: een beetje nonchalant, klakske op, wat verwaaid. Oei, dacht ik, ne sjarel.” Willy Mraz (66) en zijn vrouw Christiane (56) hebben blauw bloed - door hun aders suist Racing Genk. Ze worden de gastouders van Defour: hun huis wordt ook het zijne. Mraz “En daar bleek mijn eerste indruk volkomen fout. Want Steven was gewoon een fijne, nee, een héél fijne jongen.” “We vangen al jaren jonge spelertjes van Genk op. Heerlijk, zo’n druk huis: in de tijd van Steven woonden ook Faris Haroun, Marvin Ogunjimi, Jordan Remacle, Kenny Van Belle en Stallone Limbombé bij ons. Ze sliepen met z’n drieën op een kamer, en ja… (Glimlacht) Dat waren jongenskamers, hè: even rommelig als gezellig.” “Ik herinner me de eerste wedstrijd van Steven met Genk - tegen Anderlecht, geloof ik. Na tien minuten stond ik perplex. Niet alleen voetbalde hij uitstekend, Steven bleek ook nog eens een geboren leider. Hoe hij de anderen commandeerde, alsof hij al jaren in die ploeg voetbalde!” Stevens “In Mechelen was Steven aanvankelijk een stille, bedeesde jongen. Gaandeweg werd hij iemand die wel zijn mond opentrok, en de boel resoluut ging aansturen. Dat had natuurlijk met zijn gigantische talent te maken: dat bezorgde hem zelfvertrouwen.” In Genk loopt Defour al snel op Christian Pala (31), die een paar straten verder woont. Nu, anno 2020, is Pala zijn manager, maar in 2003 zijn ze nog gewoon verrukkelijk 14 en 15. Christian Pala “We gingen naar dezelfde school, en ik nam Steven een beetje op sleeptouw. Ik wilde hem Limburg leren kennen. Hij moest van die hartelijkheid proeven, weten dat hij welkom was.” Mraz “Je haalt een jonge tiener weg uit zijn vertrouwde omgeving: dat kan hard zijn. Je moet daar wat voorzichtig mee zijn, jezelf er elke dag weer van verzekeren dat zo’n jongen zich goed voelt. Maar bij Steven liep dat prima. Hij gedijde uitstekend in Limburg, hij werd een kind van de stad en de streek. En vooral: we begrepen elkaar. Steven en ik waren twee handen op één buik.” Jessie Defour “Ik miste mijn broer wel in die tijd. Voor mij was het een grote aanpassing. Steven ging naar de topsportschool in Genk, woonde bij het gastgezin, en zijn agenda golfde vol - hij vond steeds minder vaak de tijd om naar Mechelen te komen. (Denkt na) Ik heb moeten wennen aan de gedachte dat Steven een profvoetballer aan het worden was. Dat hij daardoor van mij weg stapte, een nieuwe wereld in. En dat ik dus m’n broer een beetje kwijt was.” “Ik heb toen vaak gehuild. Ik was jaloers, maar niet op Steven en z’n nieuwe leven. Wel op de mensen rond hem: het voelde alsof zij m’n hele broer kregen, en ik het met wat herinneringen moest doen.” Defour klimt snel, hupt van de beloften naar het eerste elftal, en maakt het publiek blij - hij is een sensatie op noppen, in prachtig blauwwit. In 2006 gaat het mis: een lange transfersoap met veel verwijten heen en weer eindigt bij Standard, de rivaal van Genk. Mraz “Steven kwam uit de schaduw en stond plots in een volle, agressieve zon. De druk, de interviews, het geld: het vroeg toch sterke schouders. En die hád Steven. Maar onvermijdelijk veranderde hij een beetje.” Jessie Defour “Het overkwam Steven allemaal. Plots kwamen zoveel mensen hem zeggen hoe het moest.” Mraz “Steven kwam in Genk aan op zijn 15de, en nauwelijks twee jaar later stond hij in het eerste elftal. Dat is héél snel volwassen worden, hè. Te snel, misschien.” Cottyn “Ik denk dat die transfer naar Genk de grote cesuur is geweest in zijn leven. Het was alleszins een massieve, ingrijpende verandering. In Mechelen was er alleen onbevangenheid, onschuld en fantasie. In Genk moest hij vol de wereld in.”


DE PUZZELSTUKKEN EN HUN PLAATS



De carrière van Defour heeft vaart genomen. Bij Standard vormt hij een wonderlijk trio met Axel Witsel en Marouane Fellaini. Twee keer op rij worden ze landskampioen, en ondertussen wint Defour ook nog de Gouden Schoen. “Op z’n 17de was Steven daar al de kapitein,” zegt Laurens Melotte (35). “Zo is het altijd gebleven: spreekt Defour, dan luistert de kleedkamer. Toen hij in 2019 naar Antwerp ging, kwam hij daar Dieumerci Mbokani tegen, met wie Steven bij Standard gespeeld had. ‘Ha, kapitein,’ was het eerste dat Dieu zei.” Melotte is de adviseur van Steven Defour, en één van z’n beste vrienden. Laurens Melotte “In 2011 verhuisde Steven naar FC Porto, waar hij tot 2014 zou blijven. Aan het eind van die periode ging ik voor hem werken. In eerste instantie ging dat om het nalezen van contracten, maar al snel werd het meer, en nu sta ik hem bij in juridische en financiële zaken. We hadden meteen een heel intens contact, en de cliënt werd snel een vriend.” Jessie Defour “In Porto was hij niet erg gelukkig. Op de achtergrond schemerden ook familieruzies: in die tijd had hij geen contact meer met papa en mij. Ik heb hem toen een brief geschreven, en heb hem die zelf gegeven toen hij met de Rode Duivels in het land was. Hij heeft me toen meteen een mail gestuurd. En toen Steven het echt moeilijk kreeg in Porto, toen hij de grond onder zijn voeten voelde openscheuren en twijfelde aan wie hij was, belde hij plots naar papa. Die barstte meteen in tranen uit.” Melotte “We hoeven geen medelijden te hebben met spelers die op een hoog niveau voetballen: ze maken een droom waar. Maar tegelijk is de eenzaamheid van de topvoetballer geen fabel. Het is een leven dat je van training naar afzondering stuurt, van afzondering naar wedstrijd, en van wedstrijd naar training. Om dan een beetje gezond in je hoofd te blijven, moeten alle puzzelstukken in je leven op de juiste plaats zitten. Dat geldt zeker voor Steven: hij is iemand die alleen floreert in een vertrouwde omgeving. Hij heeft een poos een nomadenbestaan geleid, zowel privé als professioneel, en dat maakte hem niet gelukkig.” Pala “Het is geen toeval dat de periode bij Burnley FC, van 2016 tot 2019, zo’n mooie episode in zijn carrière vormde. Dat is een familiale club, en hij werd er ontvangen als een koning. Zelfs toen Steven geblesseerd was, werd zijn naam er gescandeerd. Daar kon hij bloeien, als voetballer en als mens.” Melotte “Burnley heeft hem heel gelukkig gemaakt. Hetzelfde zag je daarna bij Antwerp FC, waar hij Luciano D’Onofrio en László Bölöni terugvond. En nu bij Mechelen, natuurlijk: die club zit hem als gegoten.” Pala “Steven is zich steeds meer gaan afvragen wat hij nodig heeft. Waar voel ik me thuis? Met welke mensen wil ik me omringen? Wie maakt me gelukkig?” Jessie Defour “Vroeger had hij een heel grote vriendenkring. Een deel daarvan was het alleen om de familienaam te doen, om het succes dat daar aan kleefde. Nu heeft Steven begrepen dat vriendschap om wederkerigheid gaat. (Denkt na) De grinta van de tienjarige herken ik nog, het leiderschap. Maar de jongen daarnaast niet meer. Hij is veranderd, in de positieve zin: Steven is nu trots op zijn familie, hij toont zijn dochter en zijn zus graag aan de wereld. Dat was vroeger helemaal niet zo. Hij leeft veel bewuster nu.” ‘Een psycholoog geeft je het gevoel een vriend te zijn, maar eentje die de juiste vragen stelt,’ zei Defour zelf onlangs in een mooi Humo-interview. Sinds zijn passage bij Porto roept hij regelmatig professionele hulp in. ‘Het werkt: telkens als ik er buitenstap, voel ik me beter. Beter gewapend ook om het leven aan te kunnen.’ Jessie Defour “Steven is heel gevoelig. Alleen: hij zal dat niet snel laten zien. Hij wordt ook heel zenuwachtig als mensen zich kwetsbaar tonen. Op dat vlak is hij twee druppels water papa. Ik zit anders in elkaar: ik knuffel graag, ik praat graag over mijn gevoelens, ik krijg en toon graag affectie. Bij Steven borrelt het allemaal meer ónder het oppervlak. Tranen maken dat hij zich oncomfortabel voelt.” Melotte “Maar je voelt het wel als hij niet lekker in z’n vel zit. Dan wordt hij stiller, communiceert hij wat stugger.”



DE LOOPBRUG OVER


In 2014 is Defour het onderwerp van een aflevering van ‘The Sky is The Limit’, een televisiereeks waarin succesvolle Belgen gevolgd worden. Het is bepaald geen reclamespot voor het fenomeen topvoetballer: Defour oogt lijzig en ongeïnteresseerd, zijn dagen lijken leeg. Melotte (schudt het hoofd) “Dat was crapuleus. In die aflevering is een compléét verkeerd beeld van Steven geschetst. Ik herkende mijn vriend niet. Steven heeft trouwens wel vaker te maken met vooroordelen. Sommigen vinden hem bijvoorbeeld arrogant. Maar dat klopt helemaal niet! Ik weet wel vanwaar het komt, hoor: Steven is eerder timide. En hij heeft intussen geleerd dat je in het voetbal mensen beter niet blind je vertrouwen geeft. Dus is hij wat afwachtend, kijkt hij van achter een schild naar de wereld. Die houding kun je makkelijk met desinteresse verwarren. Maar zodra je de loopbrug over bent, zodra hij je vertrouwt, krijg je de héle Steven. En dat is een hartelijke, warme man.” Cottyn “Ik schrok geweldig van dat stukje bedenkelijke televisie. Het strookte niet met wie Steven was, en evenmin met wie Steven is.” Pala “Het beeld wordt ook vertekend door de manier waarop hij voetbalt. Op het veld zie je een rotzakske, hè. Maar de voetballer lijkt helemaal niet op de mens. Want naast het veld is Steven net heel rustig en attent. Onverstoorbaar, dat is het woord. Er zijn periodes geweest waarin er veel gedoe was rond zijn persoon. Maar hijzelf bleef daar altijd rustig bij. Het waren anderen die zich lieten meeslepen.” Melotte “Niet bijster intelligent: zo wordt hij ook weleens getypeerd. Nog zo’n gigantisch misverstand. Ik ken weinig voetballers die minstens twee boeken per maand lezen. Steven doet dat wel. Hij houdt vooral van biografieën. Van voetballers, maar ook van pakweg Barack Obama. Steven wéét wat er in de wereld gebeurt. Ik zie dat ook in de manier waarop hij zijn financiën beheert. Hij heeft snel inzicht in hoe dingen werken.” “Ach, het is het lot van de succesvolle voetballer: iedereen heeft een mening over je. Dat was zo bij Genk, bij Standard, bij Porto, bij Anderlecht, bij Burnley, bij Antwerp. Steven heeft zich van dat opiniecircus losgeknipt. De tijd dat hij iedereen wilde pleasen is voorbij.”


HET AFSCHEID


In de eerste week van oktober 2018 wordt in kamer 314 van het AZ Sint-Maarten een ziekenhuisbed geflankeerd door twee veldbedjes. Aan de ene kant slaapt Steven Defour, aan de andere zijn zus Jessie. In het midden ligt Jacques Defour, al 68 jaar het liefdevolle epicentrum van hun leven. Jessie Defour “Op 4 juli hadden we de diagnose gekregen: kanker. Al vrij snel werd duidelijk dat we papa zouden verliezen. Dat nieuws voelde als een elektroshock. In die laatste maanden was ik ontzettend gulzig naar tijd met hem: ik wilde nog zoveel mogelijk momenten samen verzamelen. En in die eerste week van oktober sliepen Steven en ik dus naast papa - hij viel altijd in slaap met zijn hand in de mijne. Die dagen… (Schudt het hoofd) Het was zó intens. Steven vroeg aan papa: ‘Zie je me graag?’ En papa antwoordde: ‘Ja, ik zie je graag.’ Dat wisten we natuurlijk wel, het leven van papa had verdorie altijd rond ons gedraaid, maar we wilden het horen. We hadden die woorden nodig, om zonder hem verder te kunnen.” Op zaterdag 6 oktober 2018 zijn Steven en Jessie Defour net iets gaan eten in De Passade, een restaurant in de buurt van het ziekenhuis, wanneer de telefoon overgaat. Jessie Defour “Het nieuws dat we niet wilden horen: papa was gestorven, net nadat we het ziekenhuis buitengegaan waren. Ik zag Steven voor mijn ogen verkruimelen. We holden naar de auto, huilend, helemaal stukgeslagen door het nieuws, en reden weer naar het ziekenhuis. De grote wereld bleef draaien, maar onze eigen kleine wereld stond stil.” Jacques Defour was een man die zichzelf het liefst wilde uitgommen. Het leven van zijn kinderen, dáár moest een gloed over liggen. Zelf keek hij tevreden toe, aan de zijlijn. Jessie Defour “In onze kinderjaren zelfs letterlijk, want hij was de délégué van Stevens ploeg. Ons leven speelde zich af op de Kleine Malinwa. Ik maakte daar mijn huiswerk, kreeg er mijn avondsoepje, en vaak droeg ik mijn pyjama al onder mijn kleren, zodat ik thuis meteen naar bed kon. Ik associeer die tijd met wild geluk. Want we waren daar wel voor Steven, voor zijn voetbalplezier, maar op geen enkel moment gaf papa me het gevoel dat hij minder bekommerd was om mij. Hij waakte over het geluk van zijn twéé kinderen.” Het leven heeft vader Defour op dat moment al lelijk in het gezicht gehoest. Al vroeg is hij gescheiden van de moeder van Steven en Jessie - Steven heeft nooit meer met haar willen praten. Jacques Defour werkt voor de gemeente Elsene, en klust bij als kelner aan de plage van Hofstade. Dat laatste is noodzakelijk, want het gezin heeft het niet breed, en er zijn schulden. Jaren later zal Steven Defour zijn vader voorstellen om die schulden te betalen, maar Jacques - een trotse man - weigert. Stevens “Er zat iets melancholisch aan Jacques. Ik geloof dat hij het niet zo makkelijk vond om gelukkig te zijn. Hij had de lelijkheid van het leven al gezien, en volgens mij had hij daar één vast voornemen uit geput: hij zou zijn kinderen laten schitteren. Steven en Jessie een fijn leven bezorgen.” Cottyn “Ik vond de Jacques geniaal. Hij was er altijd - áltijd. En hij maakte het Steven niet gemakkelijk: hij schopte ‘m voortdurend onder de kont. Dat kon best intimiderend zijn, ja, maar het brandde Steven wel vooruit.” Stevens “Jacques was een zenuwachtige, kritische man. Nu ik het zo uitspreek, klinkt dat heel negatief. Maar dat was het niet: hij had iets dat moeilijk te benoemen valt, iets heel zuiver, dat maakte dat je onmiddellijk voor hem viel. Je komt in je leven niet zoveel mensen tegen waarvan je meteen weet: jij deugt. Jij bent fundamenteel móói.” Cottyn “Jacques kon zijn emoties in het voetbal kwijt. Hij had een hartaandoening, en mocht zich niet opwinden. Maar rustig zijn was geen optie zodra hij langs de kant van een voetbalveld stond.” Jessie Defour “Hij was een gewéldige papa - enthousiast, bekommerd, betrokken. Ik speel zelf voetbal bij Zennester Hombeek, ik hou er de Defour-lijn een beetje intact, ja (lacht). Papa was ook daar de délégué. Hij deed dat met veel hartstocht, en hij vond mijn voetbalcarrière even belangrijk als die van Steven. Ik herinner me dat we eens op hetzelfde moment moesten spelen - ik met Zennester, Steven met Porto. Dat was een geweldig probleem voor papa. ‘Jeske, zou je het erg vinden als ik naar jouw eerste helft kijk, en daarna op het internet naar de tweede helft van Steven?’ Natúúrlijk vond ik dat prima, maar voor hemzelf was het een hartverscheurende keuze.” Mraz “In Genk was Jacques er ook altijd: een prachtige man. Het geluk van zijn kinderen was het zijne. Jacques deed ook alles voor Steven. Moest hij om een of andere reden drie keer naar Brussel rijden in één dag, dan deed hij dat gewoon. Ik ben nog altijd actief in de jeugdwerking van Racing Genk, en heel vaak als ik ergens kom, denk ik: ‘Hier ben ik nog met Jacques geweest.’” Jessie Defour “Soms zit ik naar Steven te kijken, en bedenk ik me hoe erg hij op papa lijkt. Karakterieel, maar ook fysiek. Hoe hij praat, hoe hij beweegt, hoe er op precies dezelfde plaats in zijn baard grijze haren komen: allemaal papa.” Jacques Defour ligt begraven op het kerkhof van Mechelen, naast het stadion waar hij zijn zoon zo graag in geel en rood wilde zien. Jessie Defour “Steven is een competitiebeest. Verliezen staat niet in zijn woordenboek. Maar in het leven kan je niet altijd winnen. Daarin gaat een vader domweg dood. Het is een enorme klap geweest. Het ging ook zo snel: Steven heeft veel te weinig tijd samen met papa gehad. Hij praat er niet vaak over, maar ik zie hoe hij het verwerkt. Door naar een psycholoog te gaan, ja, maar vooral: door elke dag bij KV Mechelen dat prachtige shirt aan te trekken.” Stevens “Op de koffietafel na de begrafenis is Steven een tijdje bij mij komen zitten. Dat ging op z’n Stevens: hij zei wat er moest gezegd worden, zonder echt z’n hart uit te storten. En dat volstond.” Melotte “Het waren heftige maanden geweest voor Steven. Maar ondanks die snijdende pijn heeft hij er ook veel aan gehad, geloof ik. Hij was nooit zo dicht bij zijn vader geweest als in die laatste week. Er is nooit meer harmonie in zijn leven geweest dan toen.” Pala “Na de dood van Jacques is Steven opener geworden. Daarvoor kropte hij de dingen op: je kon weleens iets aflezen van hem, maar hij zou nooit zelf spontaan zijn hart op tafel gelegd hebben. De dood van Jacques is trouwens in wel meer opzichten een kantelmoment geweest. Hij beseft nu heel goed wat belangrijk is, en waar de focus moet. Hij relativeert wat gerelativeerd kan worden, en hij relativeert niet wat écht kostbaar is. Zijn dochtertje. Zijn zus. Zijn vrienden.” Melotte “Sinds de dood van Jacques staat hij weer veel dichter bij Jessie. En dat doet hem ontzettend goed - dat zie ik.” Jessie Defour “Het is waar: sinds papa gestorven is, gaan we intenser met elkaar om. Hij betrekt me veel meer bij zijn leven, vraagt vaker om samen iets te doen. Maar je moet wel nog altijd goed tussen de lijnen kunnen lezen. ‘Jessie, ik zie je graag’: dat zal hij nooit zeggen. Hij uit die liefde in kleine dingen. Ze zit in de manier waarop hij vraagt of ik iets nodig heb, in een berichtje dat hij stuurt op de verjaardag of de sterfdag van papa. Er zijn maar drie momenten geweest waarop hij me echt in de armen is gevallen, drie momenten waarop hij zich ongeremd kwetsbaar toonde - en niet toevallig zijn dat drie momenten die met papa te maken hadden. Die koester ik enorm.”



PRACHTIG PLAATJE


Defour is ook een loyale vriend, benadrukken Christian Pala en Laurens Melotte. Pala “Er schieten nog maar weinig echte vriendschappen over uit m’n jeugd. Maar die met Steven is alleen maar intenser geworden. Ik ben de peter van zijn dochter, hij van de mijne. En Steven was mijn getuige op mijn huwelijk. Ik beschouw hem als mijn beste vriend. Het gaat over persoonlijkheden die elkaar liggen, natuurlijk. Maar ook: over samen dingen meemaken, en over vertrouwen.” Melotte “Je moet voor jezelf de rekening eens maken: hoeveel mensen kun je om drie uur ‘s nachts bellen als je in de problemen zit? En hoeveel van die mensen springen dan meteen in hun auto om je uit de nood te helpen? Dat zijn er niet veel, hè. Maar Steven is zo iemand voor mij. Er zit een grote onvoorwaardelijkheid in onze vriendschap.” Cottyn “Het contact met Steven is altijd gebleven, ook toen onze levens een volkomen andere richting uitgingen. Onze werelden leken niet meer op elkaar, maar Steven is iemand die zijn verleden niet zomaar weggooit. Toen hij in Porto speelde, nodigde hij Kevin Michiels, Tom Peeters en mezelf uit voor een weekendje. En nu hij echt weer thuis is, heeft hij die vriendschap meteen weer opgepikt. (Glimlacht) We hebben zelf ook wel een beetje geholpen, natuurlijk. Toen hij zonder contract zat, gingen we fietsen met hem. En we lieten Steven met A.F. Londer - zeel voetballen, ons zaalvoetbalploegje. Want hij moest fit blijven voor ons geheime plan: weer bij Malinwa gaan voetballen.” Pala “Het is ook zo mooi om hem te zien met Ariana, zijn dochtertje. Ze is 4 nu, en samen zijn ze een prachtig plaatje.”


DE GLANS VAN GEEL EN ROOD


‘Christian, ge weet dat ik altijd contact heb gehouden met Tom Caluwé, hè.’ Zo begint in september van dit jaar een conversatie tussen Defour en Christian Pala. Pala “Toen wist ik meteen dat de tijd rijp was. Dat het KV Mechelen zou worden. Het heeft altijd in zijn hoofd gezeten: hij zou ooit voor geel en rood voetballen.” Melotte “Steven keek naar mij, en ik wist het meteen: hij wilt Malinwa.” “Je moet hem over KV horen praten: net een kind over z’n beste vriend. Ik blijf me ook verbazen over hoe goed hij die club kent. Op dooie momenten spelen we altijd een spelletje: de ene noemt een ploeg en een periode, en de andere moet dan met zoveel mogelijk spelers komen. Dan zeg ik: ‘AC Milan, de periode van Paolo Maldini’, en dan begint Steven aan z’n opsomming: Roberto Donadoni, Alessandro Costacurta, Franco Baresi… Maar hij slaagt er elke keer weer in om dat spelletje in de richting van KV Mechelen te keren. Van élke KV generatie kan hij de ploeg opsommen.” Stevens “Hij was als tiener al gek op de club. Ik deed in die tijd ook de wedstrijdscouting voor het eerste elftal, en ik vroeg in de kleedkamer eens of er iemand zin had om mee te gaan. Steven sprong meteen recht: ‘Ik!’ En daar zaten we dus, in de tribune van SK Beveren, heel ernstig de ploegen te ontleden. Hij was 14, maar al een volwaardig klankbord.” Cottyn “We waren vaak ballenraper bij de matchen van het eerste elftal. Of we moesten dingen verkopen in de loges, of een wedstrijdje soccerpal spelen tijdens de rust. Ons leven speelde zich in die jaren af op KV. Vooral op de Kleine Malinwa, natuurlijk. Die plek zit echt in zijn lijf. Het was het eerste dat hij opmerkte toen hij terugkwam: ‘Amai, de Kleine Malinwa ziet er nog exact hetzelfde uit!’ Blij als een kind was hij.” Pala “Hij dweept ook nog altijd met de spelers van KV Mechelen uit zijn jeugd. Je kunt dat gek vinden, omdat mannen als João Elias en Jan Verlinden nooit in de buurt zijn gekomen van een carrière als die van Steven. Maar het is de romantische voetbalsupporter die spreekt. Hij weigert om de glans van zijn jeugd te laten verdwijnen: de KV-spelers van rond de eeuwwisseling zijn zijn helden. De gasten in geel en rood die hem zin gaven om óók voor die club te voetballen. Ja, hij ziet Malinwa echt graag. Toen we zijn contract gingen bespreken, voelde ik het ontzag bij het bestuur van KV Mechelen. En ik vond het aandoenlijk om te zien hoe dat Steven helemaal ontging - want hij voelde zich zélf als een kind in een speelgoedwinkel.” Jessie Defour “Wat vroeger goed en mooi was, dat laat Steven niet los. Hij koestert zijn herinneringen.” Cottyn “Hij wil van dat verleden opnieuw het heden maken.” Stevens “Ik weet wel zeker dat dat de doorslaggevende reden geweest is voor zijn transfer: hij wil terug naar die gelukkige tijd. Terug naar het onbevangen, jongensachtige voetballen.” Jessie Defour “‘Nu ben je écht dicht bij papa.’ Dat zei ik ‘m toen hij tekende bij KV. En hij knikte.”



 

Geel & Rood verschijnt 3 maal per seizoen (22-23) als hoogwaardig magazine vol spraakmakende interviews, tijdloze columns en vooral heel veel liefde voor de club van Geel & Rood en alles en iedereen die ermee te maken heeft.