top of page

Wouter Vrancken: Het Afscheidsinterview

Dit artikel verscheen in de Geel & Rood "De Keizer" uit seizoen 2021-22. Tekst door Jeroen Maris, foto's van Annelies Boeykens, An Rogier & Leen Van de Sande


Wat vier jaar Wouter Vrancken KV Mechelen bracht: opwinding, triomf, trots. Wat vier jaar KV Mechelen Wouter Vrancken bracht: applaus, zelfvertrouwen, een plakboek vol kleurige herinneringen. G&R viert Vrancken: het woord is aan De Keizer.


“Verdorie, toch.” Wouter Vrancken kijkt om zich heen, vrolijk verwonderd. “Zo zonde dat ik pas na vier jaar deze plek ontdek.”


We delen een tafeltje op het terras van De Gouden Vis, het café dat handelt in gelijke delen weemoed en optimisme - net als KV Mechelen. Laat zonlicht speelt tikkertje met het water van de Dijle, het is een avond als een stil geneuried liedje.


Hij is blij, zegt hij. “Na elk van die vier seizoenen was er tevredenheid - soms zelfs groot geluk. En natuurlijk vergeet ik ook de ontgoochelingen niet. Die verloren finale om Europees voetbal in play-off 2, vorig jaar: ik vind het nog altijd doodjammer. Maar zelfs in de teleurstellingen zat doorgaans iets om trots op te zijn. Dat we er stonden, dat we een rol speelden - dat overtrof de verwachtingen.”


“Je kunt in Mechelen alleen iets moois bouwen als de supporters je willen begrijpen"

“Ik ben de anti-individualist: ik wil niet naast maar mét mensen werken. En net dat is de afgelopen vier jaar uitstekend gelukt. De spelersgroep en de technische en medische staf vormden één massieve rots. En goed, in de bestuurskamer waren het roerige tijden. Maar de clubleiding is wel altijd achter ons blijven staan. En nog belangrijker: je kunt in Mechelen alleen iets moois bouwen als de supporters je willen begrijpen. Dat had ik onthouden van mijn tijd als speler hier: de club ademt op het ritme van de achterban. En ook dat lukte. Ik heb altijd het idee gehad dat de supporters méé waren met wat ik wilde doen. We hebben ook geprobeerd om de afstand tot de tribunes zo klein mogelijk te houden. (Scrollt door de foto’s op zijn smartphone) Kijk, hier: toen er tijdens de pandemie geen supporters toegelaten waren in het stadion, kreeg ik na elke wedstrijd een berichtje van iemand van 25/7, de sfeergroep achter het doel. Hij stuurde telkens een foto die op dezelfde plaats genomen was, met min of meer hetzelfde gezelschap dat de match gevolgd had - maar altijd in een andere opstelling. De boodschap: ook al kunnen we er niet zijn, we laten jullie niet los. Dat soort dingen heb ik ontzettend geapprecieerd.”


STIL BRIESJE


Met een glunderende nieuwsgierigheid ritselt Vrancken door de pagina’s van ‘Het Voetbalspel’, het standaardwerk van Frans De Rycke - meer dan een eeuw geleden de kapitein van FC Malinois - dat in 1931 verscheen. Het is het bedankje van G&R aan een man die zelf vier jaar lang een geschenk was voor de club. “Of ik nu een betere trainer ben dan toen ik in 2018 bij KV begon? Dat vind ik echt een moeilijke vraag. Ik denk dat ik samen met de ploeg geëvolueerd ben, zeker. In dat eerste seizoen heb ik een aantal basisprincipes in beton gegoten, en daar hebben we vervolgens verder op gebouwd. Maar ik kan niet goed inschatten in welke mate ik daarmee iets kan bij een andere club. Voetbal is toch vaak: weer van nul beginnen.”


“Bekijk je het los van het technische en tactische, ja, dan werd mijn rugzak de afgelopen jaren f link gevuld. (Glimlacht) Er is wel wat gebeurd, hè. Van het stille briesje houden ze hier niet: Malinwa gaat altijd voor de storm. Ik kon daar best in aarden, net omdat ik op die manier veel leerde. Hoeveel je op moeilijke momenten toch kunt verwezenlijken, bijvoorbeeld. En hoe je een groep bij elkaar houdt als de wereld rond je lijkt in te storten.” Vrancken heeft het dan - natuurlijk! - over het seizoen 2018-2019, toen wanhoop en gelukzaligheid zich verloofden Achter de Kazerne. “Dat jaar, ja… Geen scenarist die het zou durven bedenken voor z’n film, hè. Hoe dat seizoen zo vol emotie zat, en dan op 1 mei culmineerde in die hemelse dag op de Heizel… Misschien maak ik ooit nog iets groter mee, dat kan, maar iets intenser? Nee, dat denk ik niet.”


“Het was mijn eerste jaar als proftrainer. En het maakt me nog altijd heel trots dat het sportieve toen immuun bleek voor het extrasportieve. Met de spelers en de staf creëerden we voor onszelf een bubbel - een jaar voor dat woord een begrip zou worden (lacht). Buiten regende het, maar wij zaten droog. En op de Heizel kwam het allemaal samen.”


“Dat eerste seizoen… Geen scenarist die het zou durven bedenken voor z’n film, hè”

“Kijk je naar de kwaliteit van het voetbal, dan zijn we jaar na jaar gegroeid - en was het laatste dus het beste. Maar gaat het over karakter, teamgeest en wij-tegen-de-rest, dan was 2018-2019 het opzienbarendste seizoen.”


TACTISCH WAPEN


Toen Vrancken in oktober 2010 zijn spelerscarrière officieel wijlen verklaarde en vervolgens enkele jaren uit het voetbal verdween, zeurde er een kleine teleurstelling door zijn hoofd. “De hypocrisie, het ons-kent-ons, de valse beloftes: ik wilde die wereld achter me laten. En dat had ik ook zo gezegd in een kranteninterview. Yves Cloots belde me toen - in mijn periode als speler bij Malinwa was hij eerst de assistent-trainer en later de administratief directeur. ‘Het is goed dat je het uitspreekt,’ zei hij. ‘Maar als je er iets aan wil veranderen, moet je het zelf doen.’ Die woorden zijn altijd blijven resoneren bij mij. En toen ik dan toch weer voor het voetbal koos, wist ik dat de lelijkheid niet weg zou zijn. Dat die ook niet weg te krijgen is. Maar ook: dat ik er zélf voor kon kiezen om niet lelijk te zijn.”


“Nog altijd zijn die woorden van Yves een leidraad voor mij. Ik wil een man uit één stuk zijn: eerlijk, rechtuit, betrouwbaar. Geen verborgen agenda’s, geen dure beloftes die ik niet kan waarmaken. Zo heb ik het de afgelopen vier jaar in Mechelen gedaan. Ik ben niet de vlotte allemansvriend geweest: had ik iets te zeggen tegen spelers, stafleden of het bestuur, dan deed ik dat zonder omwegen. Want het is net door duidelijk te zijn dat je toont dat je iemand respecteert.” “Het is een misverstand dat duidelijkheid niet samengaat met menselijkheid. Ik heb bijvoorbeeld maar heel zelden een speler de grond ingeboord in het bijzijn van de volledige groep. Ik hou van het persoonlijke gesprek. Van twee mensen die tussen vier muren eerlijk van gedachten wisselen.”


“Je mag woede ook niet inzetten als een tactisch wapen, vind ik. Er zijn trainers die van brullen een levenskunst gemaakt hebben. Ze doen het om hun groep te prikkelen, maar vergeten dat je mensen niet zomaar als poppetjes mag bespelen. Als ik boos werd, was ik écht boos. Het was nooit een berekend tactiekje.”


KLEINE TWIJFELAAR


Dat Vrancken nu iemand is die zijn principes met vaste hand neerschrijft, een groep resoluut de weg wijst en zich niet bukt als er conflict dreigt, is het gevolg van geduldige groei. “Want vroeger was ik helemaal niet zo iemand. In het begin van mijn volwassen leven was ik eerder introvert. Ik volgde de mensen die meer bravoure hadden dan ik. En ik was erg onzeker. Maar het voetbal heeft me geleerd om te leven met mezelf. Ik weet nu dat ik die onzekerheid niet moet proberen uit te gommen. Ik kan ze inkapselen, ik kan ze verbergen - maar verdwijnen zal ze niet. Ik zie dat ook helemaal niet als een probleem. Die onzekerheid zorgt ervoor dat ik alles grondig overdenk. Dat ik pas een beslissing neem nadat ik mijn opties grondig overwogen heb, en alles vervolgens nog eens drie keer controleer. Wie overloopt van zelfvertrouwen, doet dat niet. Prima: ik ben liever de kleine twijfelaar.” “Ik ben indertijd na negen speeldagen bij Lommel opgestapt als trainer. We stonden op de eerste plaats, en ik voelde dat we kampioen zouden worden. Maar ik was helemaal nog niet klaar voor profvoetbal! Dat was die onzekerheid die opspeelde. Ik vind dat niet ongezond: je moet gewapend zijn om een stap te zetten. En ik moest toen eerst mijn rugzak nog vullen. Intussen is dat zelfvertrouwen er wel. Nu durf ik op een trede te stappen zonder te weten waar de trap heen leidt. ‘We zien wel’: het basisvertrouwen om die woorden uit te spreken, dat miste ik vroeger.”


“Weet je, er wordt nu veel gesproken over zelfreflectie en zelfevaluatie. Dure woorden waar dure cursussen voor bestaan. Maar de essentie is eenvoudig: eerlijk kijken naar je spiegelbeeld. Daar niet de mens zien staan die je er wil zien staan. Wel: de mens die er écht staat.”


Dat Vrancken aanvankelijk eerder bedeesd door het leven gleed en zorgvuldig de mogelijke risico’s telde, heeft ook te maken met een klein litteken. “Mijn grootouders hadden een mooie zaak die almaar groeide. Maar plots liepen ze op pech: ze werden bedrogen door leveranciers, en de boel stortte in. Mijn grootouders hebben heel hard moeten werken om er bovenop te komen. Ik groeide voor een stuk op in hun huis, en ik voelde hoe heftig ze moesten wroeten om dat huis te kunnen behouden. Het lukte, maar het tekende ook de volgende generaties. Mijn ouders hadden beiden een degelijke baan, maar ze waren altijd heel voorzichtig. En die hang naar veiligheid, dat beducht zijn voor onaangename verrassingen, zat dus ook heel erg in mij. Ik probeer nu om dat wat los te laten. Soms moet je een risico gewoon durven te nemen. Je mag je je dromen niet laten afpakken door voorzichtigheid. Dat inzicht heb ik te danken aan het voetbal.”


“Wat ik verder nog meegekregen heb: het vanzelfsprekende inzicht dat je nooit mag besparen op liefde. Ik kom uit een mooi, hartelijk, door en door warm gezin. Dat merk je aan de band met mijn zus Miet: er zit geen afstand tussen ons. We vormen een onwrikbaar geheel.” “Mijn grootvader is gestorven in de coronaperiode. Hij is altijd mijn voorbeeld geweest, omdat hij twee heel verschillende eigenschappen op een merkwaardig soepele manier combineerde. Hij was heel direct - ik schrok soms van de ruwe eerlijkheid in zijn woorden. Maar tegelijk kende ik niemand die zo emotioneel was, zo gevoelig. Waren mijn kinderen twee zinnen ver in hun nieuwjaarsbrief, dan zat hij al te snikken. Wel, dat is het soort mens dat ik wil zijn. Eerlijk en direct, iemand van wie mensen weten wat ze eraan hebben. Maar ook: empathisch en zachtaardig. Iemand die luistert en meevoelt, iemand die niet over andere mensen heen walst.”


“Ik vind het nog altijd een vreselijke klus om aan een speler te zeggen dat hij uit de kern valt, en de wedstrijd in de tribune moet volgen. En als ik op een dag merk dat het me niet meer moeilijk valt om dat soort negatief nieuws te brengen, stop ik er onmiddellijk mee. (Stellig) Dan ben ik niet meer wie ik wil zijn.”


KERSTFEEST

Vrancken is een kind van Haspengouw, van de fruitbloesems. “De kerselaars en de kriekelaars vind ik het mooist. Achter onze tuin liggen de velden van een boer - hij kweekt twee kersensoorten. Tuimelt de temperatuur ’s nachts richting het vriespunt, dan plaatst hij vuurkorven, zodat de vruchten niet afsterven. Als ik dan ’s ochtends opsta, kijk ik uit over een veld waarin al die vlammetjes aan het donker likken. Een magnifiek zicht is dat - ik krijg er nooit genoeg van. En zodra er geplukt wordt, brengt de boer ons twee manden vol met kersen, van elke soort één. Hoe zo’n verse vrucht ontploft in je mond: heerlijk.”


“Tijdens de pandemie heb ik geleerd dat je niet ver moet om schoonheid te vinden. Plots ontdekte ik bijvoorbeeld een wonderlijk stukje natuur op een steenworp van het centrum van Sint-Truiden. Een idylle, maar vóór corona had ik ze nooit gezien. Sindsdien denk ik: hoe gek is het toch dat we naar het andere eind van de wereld vliegen om naar mooie watervallen te gaan kijken, terwijl de mensen daar naar hier vliegen om de bloesems te komen bewonderen?”


“Ik bedoel niet dat we ons moeten opsluiten in onze achtertuin. Ik zou het zelf bijvoorbeeld niet erg vinden als mijn trainerscarrière me naar het buitenland zou brengen. Maar het is goed om ook het geluk te zien dat gewoon voor je voeten ligt. ‘Hoe móói is het hier toch?’ - die dagelijkse verbazing wil ik niet verliezen.”


“Ik kan alleen maar functioneren in een omgeving waarin mensen een beetje hun best doen voor elkaar”

Het is donker nu, de avond maakt haast. Water hebben we al lang veranderd in wijn. Ik vraag Vrancken naar een handleiding: hoe blijf je tevreden met klein als je ook al groot hebt meegemaakt?


“Ik ben een voetbaltrainer, en dus heb ik die grote, euforische momenten nodig. Ik zei het al: op 1 mei 2019 kwam voor mij alles samen. Wat je voelt als je je kapitein die beker de lucht in ziet tillen, de grootsheid van dat moment: dat krijg je niet uitgelegd in één zin.” “Na die bekerwinst heb ik mijn spelers haast gesmeekt om ervan te genieten. Ik wil niet de trainer zijn die dan zegt: ‘Mooi, jongens, maar nu de focus op het volgende doel.’ Néé! Je moet stilstaan bij je geluk. Als je altijd maar doorraast, als je altijd weer naar het volgende succes snakt, als je altijd alleen maar kunt denken aan wat nog groter, mooier en hoger zou zijn - wanneer stopt het dan? Wanneer ga je jezelf dan toestaan om even gewoon intens gelukkig te zijn?”


“Dus ja, ik heb die verhevigde momenten nodig, maar ze zijn niet het enige waar ik voor leef. Om gelukkig te zijn heb ik de triomf nodig, maar ook de fruitbloesem. Vooral de fruitbloesem, eigenlijk: het is op dat kleine, dagelijkse geluk dat je een leven kunt bouwen.”


DAHL-UREN


Vrancken is ook een vader - Manou (15) en Anouck (17) strijden in de oorlog van 14-18, Jesse (8) twijfelt elke dag tussen buiten spelen en ‘Fortnite’. “Ik ben een liefdevolle vader, dat zeker. Mijn kinderen moeten niet tussen de lijnen lezen: ik vind ‘Ik zie je graag’ geen moeilijke zin om uit te spreken. Maar of dat nu een geweldige vader van me maakt? Ik denk dat ik soms wat te bezorgd ben. Mijn dochters zijn tieners, hè, ze lopen de wereld in. En misschien moet ik ze wat minder op de gevaren wijzen, en meer op de schoonheid.” “Anouck heeft zich met haar dansteam voor het Europees Kampioenschap geplaatst. Als ik dan in zo’n zaaltje zit en de jury komt met het verdict… Ja, dat is de spanning van een bekerfinale met strafschoppen, hè. En dan die wilde trots als je hoort dat ze met haar team gewonnen heeft!” “Anouck is de oudste, en dat zie je: ze voelt zich verantwoordelijk voor alles en iedereen. Onlangs waren Karen en ik met vrienden op restaurant. Het werd laat, maar toen we thuiskwamen, was Anouck nog op. ‘Ik kan niet gaan slapen voor jullie thuis zijn,’ zei ze. De omgekeerde wereld, ja: de puber die wacht tot de ouders veilig thuis zijn. Ik vind het heel ontroerend om te zien hoe zorgzaam ze is, hoe ze zich de dingen aantrekt - ook al maakt dat haar soms kwetsbaar. (Denkt na) Ze lijkt op mij. Anouck kan alleen maar functioneren in een omgeving waarin mensen een beetje hun best doen voor elkaar.” “Naar Manou zit ik vaak met grote ogen te kijken. Ze staat ’s ochtends op, is blij met de nieuwe dag, en ziet wel wat die brengt. Die heerlijke nonchalance, daar ben ik soms jaloers op. Ze ziet altijd eerst de oplossing, en dan pas het probleem.” “En Jesse, ja… Het is zo makkelijk om van die jongen te houden. We delen een muzieksmaak: hij wordt blij als ik The Rolling Stones of Pearl Jam opzet in de auto. En hij leert nu ook om gitaar te spelen.” “Hij is nog maar acht, Jesse. Voor het slapengaan lees ik hem voor - hij is gek op Roald Dahl. En wanneer ik dan het boek dichtklap, vraag ik hem of hij graag wil dat ik nog even bij hem kom liggen. En even later valt hij in slaap, zijn hoofd op mijn arm, en weet ik weer: je moet het leven niet te snel laten gaan. Je moet durven remmen.”

 

Geel & Rood verschijnt 3 maal per seizoen (22-23) als hoogwaardig magazine vol spraakmakende interviews, tijdloze columns en vooral heel veel liefde voor de club van Geel & Rood en alles en iedereen die ermee te maken heeft.




Commentaires


bottom of page