“Dat is een goot! Een goot gevuld met pis”

Dit artikel verscheen in de Geel & Rood "Moeder Malinwa" uit seizoen 2021-22 Tekst door Kiki Feremans, Foto's door An Rogier


"Hey schat," zegt mijn man, "het nieuwe nummer van Geel & Rood gaat over De Vrouw. Wil jij iets schrijven?"


"Leuk," antwoord ik, "over feminisme, de veganistische keuken of 'breien is het nieuwe yoga'?", daarmee enkele onderwerpen opsommend die in dit blad steevast schromelijk genegeerd worden.


"Nee," zegt mijn man. "Over waarom vrouwen voetbal haten."


Oh.


Nou.


Zeggen dat ik voetbal haat is overdreven. Het is zelfs historisch onjuist. In 1983 was ik een tijdlang erg dol op voetbal en Ludo Coeck en Panini-stickers. Maar toen werd ik 13, en ontdekte ik de platen van The Smiths en de boeken van John Irving. Dus zeggen dat ik voetbal haat? Nee, koning V en ik zijn uit elkaar gegroeid. We begrijpen elkaar niet meer.


Ik werk nochtans aan die relatie. In 2012 of zo ben ik zelfs eens met mijn echtgenoot naar Malinwa gaan kijken. Een zachte zomeravond, fietsen naar het stadion, mensen gehuld in geel-rood die je succes wensen, mijn man die hoopvol "Gezellig, toch?" roept.


Dat ik een beetje later uit de rij word geplukt om gefouilleerd te worden, doet mij een lange uiteenzetting geven over het KV-veiligheidsbeleid en dat als de Malinwa-mensen denken dat hooligans er uitzien zoals ik, het geweld in de stadions niet snel zal stoppen. Ik zie dat mijn man al twijfelt of dit uitje nu echt een boost zal geven aan de stabiliteit en warmte in ons huwelijk.





Dus spring, zwaai en wave ik even later volop, zing en juich ik - aangestoken door het geluk van honderdduizend mannen rond mij - bij elke goal. "Dat viel nog goed mee," zegt mijn man, als we tijdens de rust in het stadion wandelen. "Op dat ene incidentje na." (Ik had de man voor mij op de schouder getikt en gevraagd waarom hij dat riep over de moeder van de scheidsrechter. "Je weet toch helemaal niet wat haar beroep is? En zelfs áls ze in de prostitutie zit, dan is dat een heel legitieme broodwinning." De berispte man liet met één blik en één vinger weten dat hij niet klaar was voor een leermomentje over slut shaming.)


Plots zegt mijn man: "Kijk daar rechts, daar loopt Mark Uytterhoeven!" Ik ken mijn man ondertussen. Als hij zegt "Kijk, rechts", dan wil hij niet dat ik naar links kijk. Dus kijk ik naar links.


"Wat is dat?" gil ik.


"Dat is een urinoir, schat," zucht mijn man.


"Dat is een... goot," huiver ik. "Een goot gevuld met pis!" Ik ben niet helemaal naïef. Ik had geen fluffige handdoekjes of geurkaarsen of bloemenzeepjes verwacht. Maar nu worstel ik tussen diepe walging en intense fascinatie.


“Maar schat,” roep ik. De walging heeft ondertussen gewonnen. “Cholera, vlektyfus, builenpest!”


"En daar gaan gewoon al die mannen...?" vraag ik


"Niet alle mannen," zegt mijn echtgenoot. "Ik niet."


"En vrouwen? Doen die dat ook?"


"Ik denk niet dat dat vaak gebeurt."


"En doen ze daar dan ook...", vraag ik, oprecht bang voor het antwoord, want nooit begrepen waarom iemand zich met trots ‘Kakker’ zou laten noemen.


"Natuurlijk niet," zegt mijn man verontwaardigd. "Dat zou goor zijn."


"Maar schat," roep ik. De walging heeft ondertussen gewonnen. "Cholera, vlektyfus, builenpest!"


Gelukkig kent mijn man mij ondertussen ook. Hij zegt de toverwoorden - "Daar kun je alcohol drinken" - en we laten De Goot achter ons. Letterlijk, maar niet figuurlijk. Want ik kan dat niet zomaar vergeten. Het was dan ook mijn laatste keer Achter de Kazerne.


Mijn man heeft me bezworen dat de moeder van de scheidsrechter nog maar zelden wordt bezongen en dat in het gerenoveerde stadion De Goot verdwenen is. En het is waar, Mechelen heeft de laatste jaren geen uitbraken van vlektyfus of builenpest meer gekend. Maar de precieze oorsprong van covid-19 is nog altijd niet duidelijk. Ik zeg het maar even.